Volgens het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) laten hogescholen en universiteiten het afweten als het gaat om het betrekken van studenten bij het uitgeven van het geld dat de onderwijsinstellingen terugkrijgen door de afschaffing van de basisbeurs. Dit blijkt uit een inventarisatie die zij bij verschillende onderwijsinstellingen hebben gedaan.

Niet volgens afspraak

Bij de afschaffing van de basisbeurs is een duidelijke afspraak gemaakt: studenten moeten kunnen meebeslissen over de besteding van het extra geld dat vrijkomt. Het ISO keek vier maanden lang mee bij medezeggenschapsraden op verschillende onderwijsinstellingen. Tom van den Brink, voorzitter van het ISO, stelt op basis van de inventarisatie dat het zeker bij de helft van de onderwijsinstellingen niet volgens afspraak gaat. “Het gaat om het geld van de studenten, instellingen nemen te weinig initiatief om hen bij de besteding hiervan te betrekken.”

Geen beslissende stem

In onder andere Amsterdam trokken studenten aan het kortste eind. Hier had de studentenraad, die zich uitsprak tegen plannen van de Universiteit van Amsterdam (UvA), geen beslissende stem. Ook in Leiden houdt de universiteit zich niet aan de afspraken. Leden van faculteitsraden werden hier onjuist of onvolledig geïnformeerd over kwaliteitsafspraken die gaan over de besteding van het geld dat vrijkomt door de afschaffing van de basisbeurs.

Reacties

Minister van Engelshoven is blij dat het ISO zo streng controleert: “De afspraak die we hebben gemaakt met studenten, universiteiten en hogescholen is glashelder. Het geld dat nu geïnvesteerd kan worden in het hoger onderwijs is het geld van de studenten. Het is daarom van groot belang dat studenten meebeslissen.”

De Vereniging van Universiteiten vindt het jammer dat het ISO direct kiest voor de aanval: “We zitten in het eerste jaar sinds het akkoord, natuurlijk moeten instellingen nog leren. Daarover spreken we ook regelmatig met het ISO.”