De Tweede Kamer pleit voor compensatie voor de eerste studenten in het leenstelsel. Van beloofde investeringen in de kwaliteit van het onderwijs is namelijk weinig terecht gekomen.

Het leenstelsel

In 2015 is de basisbeurs omgezet in een leenstelsel. Studenten die vanaf toen begonnen zijn met een opleiding aan een hogeschool of universiteit kregen geen basisbeurs meer. In plaats daarvan konden zij een lening afsluiten. Er is aan die studenten beloofd dat zij wel iets terug zouden krijgen voor deze verandering.

De beloofde investeringen

Het plan was dat de 860 miljoen euro die de invoering van het leenstelsel zou opleveren, gestoken zou worden in de kwaliteit van het onderwijs. Volgens de Algemene Rekenkamer is dit maar deels gebeurd. In plaats van de geplande 860 miljoen, bleek er maar 280 miljoen te zijn geïnvesteerd. Dit is maar liefst 320 miljoen euro minder dan beloofd. Om deze reden vindt de Tweede Kamer dat minister van onderwijs Ingrid van Engelshoven met een plan moet komen voor compensatie.

Compensatie

In de periode 2015-2017 zijn er 420.000 studenten gestart met een nieuwe opleiding. Als de 320 miljoen euro die te weinig is geïnvesteerd verdeeld zou worden onder deze studenten, zou dit een compensatie van 760 euro per student betekenen. Er is nog niet bekend op welke manier studenten deze compensatie zullen ontvangen. Volgens CDA-kamerlid Harry van der Molen is het zo dat niet alle studenten recht hebben op compensatie. “Want het verschilt per universiteit en hogeschool of er genoeg is geïnvesteerd. Dus je moet op het niveau van de instelling met een oplossing komen. Onderwijsinstellingen die de afspraken netjes zijn nagekomen, moet je wel recht doen.” Of je een compensatie zal krijgen zal dus afhangen van de hogeschool of universiteit waaraan je studeert.