Kences en de LSVb zeiden het al eerder, maar nu bevestigt het Centraal Bureau voor de Statistiek het ook: er gaan sinds de invoering van het leenstelsel een stuk minder studenten op kamers. Volgens het CBS daalde het percentage van studenten dat op kamers gaat sinds 2015 flink, zowel onder hbo- als wo-studenten.

Niet minder studenten

Door de invoering van het sociale leenstelsel in 2015 krijg je als student geen basisbeurs meer maar is je studiefinanciering een lening. Dit heeft er gelukkig niet voor gezorgd dat er minder jongeren gaan studeren. Volgens het CBS bleef de doorstroom van het vwo naar het wo hetzelfde en daalde de doorstroom van de havo naar het hbo licht. Dit laatste komt grotendeels doordat meer hbo studenten eerst een tussenjaar nemen voordat ze gaan studeren.

Op kamers gaan geen optie meer

Het leenstelsel ontmoedigt mensen dus niet om te gaan studeren, maar helaas blijkt wel dat op kamers gaan voor veel studenten geen optie meer is. Tot 2014 was het percentage studenten dat op kamers ging stabiel volgens het CBS: 61 procent van de wo-studenten en 23 procent van de hbo-studenten. Maar sinds 2015 zijn deze percentages sterk gedaald naar 45 procent van de wo-studenten en 14 procent van de hbo-studenten. Dit vertaalt zich ook naar het aantal jongeren in universiteitssteden. In 2015 nam deze groep (tussen de 17 en 21 jaar oud) met 14 procent af, met name in Groningen, Amsterdam en Utrecht.

Het CBS vermoedt dat de studenten die nog wel op kamers gaan dit doen ongeacht de kosten, bijvoorbeeld omdat ze niet anders kunnen. Als je namelijk iedere dag van Groningen naar Maastricht moet reizen blijft er natuurlijk weinig tijd over om te studeren. Kinderen van rijke gezinnen gaan het vaakst op kamers, maar dit was ook al zo vóór de invoering van het leenstelsel.