Je studententijd is dé periode in je leven waarin je je vleugels uitslaat (lees: je helemaal scheel feest) en de eerste stappen richting een volwassen, zelfstandig leven zet. Op kamers gaan kan hier een belangrijk onderdeel van zijn. Maar voor steeds minder studenten is dit een optie. Voor het tweede jaar op rij blijven studenten langer thuis wonen vanwege het leenstelsel. Dit blijkt uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting van Kences.

Ook tweedejaars minder op zichzelf

Niet alleen eerstejaars, maar ook tweedejaarsstudenten blijven langer bij hun ouders wonen tijdens de studie. Voor 52 procent van de studenten heeft dit te maken met het leenstelsel. “Naast lenen om te studeren, willen studenten niet ook lenen om uit huis te gaan”, zegt de directeur van Kences tegen de NOS. “We hebben dit effect voorspeld, maar we hadden niet verwacht dat het zo groot zou zijn en zo lang door zou gaan.” Het duurder worden van studentenkamers lijkt geen invloed te hebben op het wel of niet op kamers gaan.

In 2015 ging nog 38 procent van de eerstejaarsstudenten op kamers, terwijl dit vorig jaar nog maar 26 procent was. Waar in 2015 49 procent van de tweedejaarsstudenten niet meer thuis woonde, was dit vorig jaar nog maar 37 procent. De directeur van Kences vindt het jammer dat steeds minder studenten het ouderlijk nest verlaten: “Dat maakt de studioperiode minder rijk en betekent dat studenten waarschijnlijk later lid worden van een vereniging en actief worden in een stad.” Ook de LSVb is niet blij met deze trend. “Dit laat zien dat het leenstelsel ook verder in de studie veel invloed heeft. We hoopten dat het mee zou vallen, maar zien het tegendeel”, zegt LSVb-voorzitter Tariq Sewbaransingh hierover tegen de NOS. Tegen de studenten die door het leenstelsel niet op kamers kunnen zeggen wij, blijf positief! Je hoeft in ieder geval niet zelf te koken.