In 2016 verhuisden minder jongeren naar een studentenstad dan in 2015. Dat maakt het CBS vandaag bekend. In 2015 was deze daling al fors ingezet, maar in 2016 besloten dus nog minder studenten om op kamers te gaan. Dit komt door het leenstelsel, waardoor studeren én op jezelf gaan voor veel studenten te duur is.

Daling zet door, maar minder sterk

In het schooljaar 2014/2015 werd het nieuwe studiefinancieringsstelsel ingevoerd. De basisbeurs werd omgezet van een gift naar een lening. Daarvoor konden studenten konden hun huur, of een gedeelte daarvan, van de uitwonende beurs betalen. Vanaf de invoering van het leenstelsel moesten zij alles zelf ophoesten, wat voor veel jongeren niet te doen blijkt. In de periode juli t/m oktober 2015 daalde het aantal 17- tot 22-jarigen dat naar een andere gemeente in Nederland verhuisde dan ook met 14 procent. In 2016 zette deze daling door, maar wel minder sterk dan in 2014. Van juli t/m oktober 2016 verhuisden in totaal 46.000 17- tot 22-jarigen naar een andere stad: 4 procent minder dan in 2015. Met name 19-jarigen verhuisden minder; van hen verhuisde ruim 10 procent minder.

Universiteitssteden

In bijna alle universiteitssteden gingen minder studenten wonen, behalve in Eindhoven, Leiden en Wageningen. Daar vestigden zich juist iets meer jongeren dan in 2015. De grootste daling was te zien in Utrecht, gevolgd door Amsterdam en Tilburg. Voorzitter van het ISO (Interstedelijke Studenten Overleg) Jan Sinnige maakt zich zorgen om de Nederlandse studentensteden: “Studentensteden mogen geen bolwerken van rijkeluiskindjes worden. Uit huis gaan moet voor elke student mogelijk zijn en niet voorbehouden blijven aan diegenen waarvan de ouders een dikke portemonnee hebben.” Waar blijven dan de meeste jongeren thuis wonen? Op de Veluwe, Oost-Zuid-Holland, Noord-Limburg en Zuidoost-Friesland. Voor slechts twee regio’s steeg het aantal verhuisde jongeren juist: Zuidwest-Friesland en Zeeuws-Vlaanderen.