De gemiddelde leeftijd waarop jongeren zelfstandig gaan wonen is de afgelopen tien jaar gestegen. Dat meldt het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) deze week. In 2006 verliet men gemiddeld op de leeftijd van 23,6 jaar het ouderlijk huis, in 2016 is dat opgelopen tot 24,6 jaar.

Niet alleen eerstejaarsstudenten

De stijging gaat zowel op voor jongeren die net van school komen als voor ouderejaarsstudenten, maar is het sterkst bij de groep tussen de 22 en 25 jaar. Van de 24-jarigen woont dit jaar 36 procent in het ouderlijk huis, waar dit in 2006 nog 32 procent was. Ook de wat oudere jongeren wonen vaker bij hun ouders: 17 procent van de 27-jarigen is thuiswonend, tegenover 14 procent in 2006. Eerder dit jaar meldde het CBS al dat jongeren die op kamers zijn gegaan vaker terugkeren naar het ouderlijk huis.

Vrouwen eerder het huis uit

Verder valt op dat mannen langer thuis blijven wonen dan vrouwen. Het verschil is weliswaar klein, maar loopt op naarmate men ouder wordt. Op 18-jarige leeftijd woont 90 procent van de mannen en 86 procent van de vrouwen nog thuis. Bij 21-jarigen is het verschil al groter (66,6 om 51,9 procent) en dat lopen de mannen daarna niet meer in. Van de mannen van 27 jaar woont 22,7 procent bij de ouders, bij vrouwen is dit 10,8 procent.

In totaal wonen in 2016 een kleine 1,1 miljoen jongeren van 18 tot en met 30 jaar bij hun ouders. In 2006 waren dit er nog iets meer dan 950.000. Volgens het CBS kan de helft van deze groei worden toegeschreven aan bevolkingsgroei; de andere helft houdt verband met het langer thuis blijven wonen.