Ondanks alle protesten wordt in september 2015 dan toch het sociaal leenstelsel ingevoerd. De huidige basisbeurs van studenten komt dan te vervallen en maakt plaats voor een lening. Hierdoor wordt het volgen van een studie financieel gezien een stuk minder aantrekkelijk. Toch brengt de invoering van het leenstelsel ook een voordeel met zich mee. Door het teruglopend aantal studenten neemt de krapte op de kamermarkt af en kunnen ze dus een stuk kieskeuriger zijn als het op het kiezen van woonruimte aankomt.

Kameraanbod sluit niet aan op de vraag

Op dit moment is er nog een behoorlijke mismatch tussen de behoeften van studenten en het kameraanbod. Zo voelt het overgrote deel van de studenten er weinig voor om de keuken en badkamer te moeten delen met huisgenoten, terwijl momenteel slechts een derde van alle kamers over eigen voorzieningen beschikt. Daarnaast bestaan er flinke wachtlijsten voor kamers op de zogenaamde A-locaties. Vooral in steden als Amsterdam en Utrecht loopt het de spuigaten uit. Studenten geven aan graag dicht bij hun onderwijsinstelling en studentenvereniging te willen wonen (wie wil er na een gezellig avondje op de studentenvereniging nou een half uur over doen om thuis te komen?). Daarnaast is het voor hen belangrijk om een goede verbinding met het openbaar vervoer te hebben.

Vraag naar studentenkamers neemt met 50% af

Volgens het ABF kan de vraag naar studentenkamers in de toekomst met 50 procent afnemen als gevolg van het sociaal leenstel. Veel studenten zullen vanwege de invoering van het leenstelsel thuis blijven wonen of zelfs weer terugkeren naar het ouderlijk huis. Ook twijfelen veel jongeren of ze ├╝berhaupt wel aan een studie willen beginnen wanneer de basisbeurs komt te vervallen. Aanbieders van kamers die niet op A-locaties liggen hebben hierdoor al te maken met aflopende wachtlijsten. In de toekomst zal er dus waarschijnlijk meer aandacht worden besteed aan zelfstandige woonruimte die in de buurt van het centrum en de onderwijsinstellingen ligt.