Studiefinanciering (per 1 september 2015)

Studiefinanciering (per 1 september 2015)

Per 1 september 2015 verandert de studiefinanciering voor studenten in het hoger onderwijs (hbo en wo). De basisbeurs verdwijnt en maakt plaats voor een leenstelsel (het studievoorschot). De aanvullende beurs blijft wel bestaan.

Voor mbo-studenten blijft de basisbeurs wel bestaan. Ook krijgen zij vanaf 2017 recht op een studentenreisproduct tot hun 18e jaar.

Studenten in het hoger onderwijs die tijdens hun bachelor onder het oude stelsel vielen, maar voor hun master onder het nieuwe leenstelsel vallen, mogen kiezen of ze gebruikmaken van de oude of nieuwe regels.

Leenstelsel

Studenten die per september 2015 beginnen aan een bachelor- of masteropleiding, vallen onder het leenstelsel. Ze kunnen gebruikmaken van het zogeheten studievoorschot: een lening bij de overheid waarvoor versoepelde voorwaarden gelden. Zo mogen studenten 35 jaar doen over het aflossen en wordt een eventuele restschuld na 35 jaar kwijtgescholden.

Voorwaarden studievoorschot

Voor het studievoorschot gelden de volgende voorwaarden:

  • De terugbetaaltermijn is 35 jaar, eerder aflossen is mogelijk
  • Studenten die het wettelijk minimumloon of minder verdienen, hoeven niets terug te betalen in het nieuwe leenstelsel
  • Het maximumpercentage van het inkomen dat studenten moeten gebruiken voor de aflossing, daalt van 12% naar 4% van het inkomen boven de grens van het minimumloon
  • Een eventuele restschuld die na 35 jaar nog openstaat, wordt kwijtgescholden

Studentenreisproduct

Het studentenreisproduct (de ov-chipkaart) blijft ongewijzigd voor studenten in het hoger onderwijs. Ook mbo-studenten die jonger zijn dan 18 jaar komen in aanmerking voor een studentenreisproduct (deze wijziging treedt op 1 januari 2017 in werking).

Aanvullende beurs

De aanvullende beurs blijft behouden voor studenten van wie de ouders minder dan 46.000 euro bruto per jaar verdienen. Verdienen de ouders meer dan 46.000 euro per jaar, dan kan de student in bepaalde gevallen toch recht hebben op de aanvullende beurs (bijvoorbeeld wanneer de ouders nog meer studerende of schoolgaande kinderen hebben).

Het maximale bedrag voor de aanvullende beurs wordt per 1 september 2015 met 100 euro verhoogd naar 378 euro. Wanneer een student zijn diploma behaalt, wordt de aanvullende beurs omgezet in een gift.

Studievoucher voor overgangsperiode

De overheid investeert in 2015 extra in het onderwijs (maximaal 1 miljard euro), om zo onder meer intensievere studentenbegeleiding en meer contacturen te realiseren. De eeste lichting studenten krijgt, aangezien zij nog niet volledig profiteren van deze investeringen, ter compensatie een studievoucher aangeboden van 2000 euro. Deze voucher mogen zij tot 10 jaar na hun studie besteden aan extra scholing.

Overige veranderingen

Andere zaken die per 1 september 2015 veranderen:

  • De bijverdiengrens wordt afgeschaft: studenten mogen vanaf 1 september 2015 onbeperkt bijverdienen

  • Studenten die als gevolg van medische omstandigheden studievertraging oplopen, krijgen een kwijtschelding van maximaal 1200 euro wanneer ze binnen 10 jaar na de start van de studie het diploma behalen (of 10 jaar na de start van de master, wanneer het een masteropleiding betreft)

Andere zaken die per 1 januari 2016 veranderen:

  • De partnertoeslag vervalt; in de meeste gevallen wordt deze opgevangen door de gemeentelijke sociale diensten

  • Bij de toekenning van studiefinanciering wordt rekening gehouden met een eventuele inkomensdaling bij de ouders van studenten, mits het een daling van minimaal 15 procent is

  • Het achteraf aanvragen of verhogen van studiefinanciering is in het nieuwe stelsel mogelijk, zolang het in het lopende studiejaar gebeurt

Andere zaken die per 1 september 2017 veranderen:

  • De leeftijdsgrens van het collegegeldkrediet wordt per 1 september 2017 verhoogd van 30 naar 55 jaar. Deze maatregel geldt voor vrijwel alle hbo- en wo-studies en voor de voltijdse opleidingen op het mbo (voor het mbo is deze wijziging overigens een maand eerder van kracht, per 1 augustus 2017)

  • Ook studenten die jonger zijn dan 18 jaar, krijgen studiefinanciering vanaf het moment dat ze zijn ingeschreven. Voorheen ontvingen ze dit pas vanaf het eerste kwartaal na inschrijving

Veelgestelde vragen over de nieuwe studiefinanciering

We hebben enkele veelgestelde vragen over studiefinanciering en het nieuwe leenstelsel voor je op een rij gezet.

  • Heb ik als student nog steeds recht op een studenten-ov-chipkaart?

    Ja, het studentenreisproduct blijft in ongewijzigde vorm bestaan voor hbo- en wo-studenten. Vanaf 1 januari 2017 komen ook mbo-studenten die jonger zijn dan 18 jaar in aanmerking voor een studentenreisproduct.

  • Hoeveel mag ik naast mijn studiefinanciering bijverdienen?

    Tot 1 september 2015 mag je maximaal 13.856,11 euro per jaar bijverdienen. Na deze datum vervalt de bijverdiengrens en mag je onbeperkt bijverdienen.

  • Heb ik als buitenlandse student in Nederland recht op studiefinanciering?

    Onder bepaalde voorwaarden kom je als buitenlandse student in Nederland in aanmerking voor studiefinanciering. Deze voorwaarden zijn:

    • Je volgt een opleiding (voltijds of duaal) aan een hbo of universiteit
    • Je hebt de studiefinanciering aangevraagd vóór je dertigste verjaardag
    • Je komt uit een EU-land, EER-land of Zwitserland, of hebt een verblijfsvergunning type II, III of IV
    • Je woont minimaal vijf jaar aaneengesloten in Nederland

    Wanneer je korter dan vijf jaar in Nederland woont, kun je onder bepaalde voorwaarden toch in aanmerking komen voor studiefinanciering. Zie hiervoor Rijksoverheid.nl.

© 2012-2019 Kamers, onderdeel van TreeHouse B.V. | Willem Buytewechstraat 45, 3024 BK Rotterdam | KvK-nummer 24426419